Wat een cyberverzekering wel en niet dekt

Steeds meer organisaties sluiten een cyberverzekering af. Dat is een logische stap, want de financiële gevolgen van een incident kunnen groot zijn. Het probleem ontstaat zodra een organisatie de verzekering ziet als vervanging van beveiligingsbeleid, in plaats van als aanvulling erop.

Dat onderscheid is belangrijker dan het lijkt, en het wordt vaak pas duidelijk op het moment dat het te laat is: bij het indienen van een claim.

Waarom verzekeraars steeds strenger worden

Cyberverzekeraars hebben de afgelopen jaren fors meer uitbetaald dan ze hadden voorzien. Ransomware-aanvallen, datalekken en bedrijfsonderbreking door cyberincidenten zijn vaker voorgekomen en hebben hogere schadebedragen opgeleverd dan de premies dekten. Het gevolg: verzekeraars stellen scherpere eisen aan de organisaties die ze verzekeren.

Waar een paar jaar geleden een vragenlijst van een pagina voldoende was, vragen verzekeraars nu om concreet bewijs van genomen maatregelen. Multifactorauthenticatie, een actueel patchbeleid, segmentatie van het netwerk, een werkend back-upproces: dit zijn geen suggesties meer, maar voorwaarden voor dekking.

Wie deze eisen niet kan aantonen, betaalt een hogere premie, krijgt een lagere dekking, of wordt simpelweg niet verzekerd.

Wat een polis vaak niet dekt

Een cyberverzekering wekt soms de indruk dat alle financiële gevolgen van een incident worden afgedekt. In de praktijk zijn er belangrijke uitsluitingen die organisaties pas ontdekken als het te laat is.

Verlies door nalatigheid

Als een organisatie kan aantonen dat ze structureel heeft nagelaten basismaatregelen te nemen, bijvoorbeeld het niet installeren van bekende beveiligingsupdates, kan een verzekeraar de claim afwijzen. De polis dekt risico, niet onachtzaamheid.

Reputatieschade

De financiële impact van klantverlies, een dalende beurskoers of een verslechterde concurrentiepositie is zelden volledig gedekt. Verzekeraars vergoeden doorgaans de directe kosten van een incident, niet de langetermijngevolgen voor de marktpositie.

Boetes en sancties

Boetes die door toezichthouders worden opgelegd, bijvoorbeeld onder de AVG of straks de Cyberbeveiligingswet, zijn in veel polissen uitgesloten of slechts beperkt gedekt. De gedachte achter deze uitsluiting: een verzekering mag niet fungeren als vrijwaring voor het overtreden van de wet.

Statelijke aanvallen

Veel polissen bevatten een uitsluiting voor aanvallen die worden toegeschreven aan statelijke actoren, een zogenaamde “act of war” clausule. Het probleem: attributie van een aanval aan een staat is vaak onduidelijk, wat tot langdurige juridische geschillen kan leiden over de vraag of een incident wel of niet is gedekt.

Verlies van onderhandelingspositie

Sommige polissen vereisen dat de verzekeraar wordt geraadpleegd voordat losgeld wordt betaald of voordat met een aanvaller wordt onderhandeld. Organisaties die zelfstandig handelen, lopen het risico dat de uiteindelijke kosten niet worden vergoed.

De polis werkt pas als de basis op orde is

Dit is de kern van het probleem met de gedachte dat een verzekering voldoende is: een polis is een vangnet voor onverwachte schade, niet een vervanging voor het beperken van risico. Verzekeraars verwachten, en eisen steeds vaker contractueel, dat een organisatie een redelijk niveau van beveiliging op orde heeft voordat de dekking ingaat.

Dat betekent in de praktijk dat de meeste organisaties hun beveiligingsniveau eerst moeten verbeteren om verzekerbaar te worden, niet andersom. De verzekering is het sluitstuk, niet het startpunt.

Wat verzekeraars in de praktijk vragen

De exacte eisen verschillen per verzekeraar en per sector, maar een aantal voorwaarden komt structureel terug:

Organisaties die deze maatregelen niet op orde hebben, lopen het risico dat een claim wordt afgewezen op basis van onvolledige of onjuiste informatie bij het aanvragen van de polis.

Drie vragen voor bestuurders

Kunnen we de vragenlijst van onze verzekeraar nu eerlijk en volledig invullen? Niet wat we denken dat klopt, maar wat daadwerkelijk aantoonbaar is. Het verschil tussen die twee wordt zichtbaar bij een claim, niet bij het afsluiten van de polis.

Weten we precies wat onze polis wel en niet dekt? Lees de polisvoorwaarden, met name de uitsluitingen. Een goedkope polis met brede uitsluitingen biedt minder zekerheid dan een duurdere polis met een beperkter maar duidelijker dekkingsgebied.

Is onze beveiliging het startpunt of het sluitstuk van ons risicobeleid? Als het antwoord “sluitstuk” is, ligt daar het eerste werk. Een verzekering corrigeert geen structureel gebrek aan beveiliging.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties hun beveiligingsniveau in kaart te brengen en te verbeteren tot een niveau dat aansluit op wat verzekeraars eisen. We ondersteunen bij het beoordelen van polisvoorwaarden in samenhang met de daadwerkelijke beveiligingssituatie, zodat dekking en realiteit op elkaar aansluiten.

Wil je weten of jouw organisatie voldoet aan de eisen van moderne cyberverzekeraars? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

NIS2 in de praktijk: wat de toezichthouder echt van je verwacht

De Cyberbeveiligingswet, de Nederlandse uitwerking van de Europese NIS2-richtlijn, staat op het punt in werking te treden. Op 15 april 2026 stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel. De wet ligt nu ter goedkeuring voor aan de Eerste Kamer, met 1 juli 2026 als verwachte ingangsdatum. Wie nu nog denkt dat dit ver weg is, rekent verkeerd.

Veel directeuren en bestuurders weten dat NIS2 bestaat. Veel minder weten wat er concreet van hen wordt gevraagd zodra de wet ingaat. Dat onderscheid is belangrijk, want NIS2 is geen technische checklist die je aan de IT-afdeling kunt overdragen. Het is een wet die bestuurders persoonlijk verantwoordelijk maakt.

Twee wetten, niet één

Wat in de discussie over NIS2 vaak ondersneeuwt: de Tweede Kamer stemde op 15 april niet in met één, maar met twee wetsvoorstellen. Naast de Cyberbeveiligingswet (Cbw) is ook de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) aangenomen, de Nederlandse implementatie van de Europese CER-richtlijn.

Waar de Cbw zich richt op digitale weerbaarheid, gaat de Wwke over fysieke weerbaarheid: de continuïteit van organisaties die essentiële diensten leveren, zoals energie, water, transport en zorg. Een belangrijk verschil met de Cbw: bij de Wwke bepaal je niet zelf of je onder de wet valt. De verantwoordelijke minister wijst organisaties aan. De regering streeft ernaar beide wetten gelijktijdig in werking te laten treden.

Voor wie geldt dit eigenlijk?

NIS2 onderscheidt twee categorieën organisaties: essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten. Het verschil zit in de sector en de omvang van de organisatie. Essentiële entiteiten zitten in sectoren zoals energie, transport, drinkwater, bankwezen, financiële marktinfrastructuur, zorg en digitale infrastructuur. Belangrijke entiteiten zitten onder andere in postdiensten, afvalbeheer, chemie, voedsel, productie van bepaalde goederen en digitale dienstverlening.

Binnen die sectoren geldt de wet in de regel voor middelgrote en grote organisaties: vanaf 50 medewerkers of een jaaromzet van meer dan 10 miljoen euro. Kleinere organisaties kunnen alsnog onder de wet vallen als ze een kritieke rol spelen in hun sector.

Er is nog een derde groep die vaak wordt onderschat: leveranciers. Als jouw organisatie diensten levert aan een partij die onder NIS2 valt, ga je er gegarandeerd mee te maken krijgen. Niet via de wet zelf, maar via de eisen die je klant aan jou gaat stellen. De keten is zo sterk als de zwakste schakel, en die gedachte staat letterlijk aan de basis van de richtlijn.

Twijfel je of jouw organisatie onder de wet valt? De Rijksoverheid heeft hiervoor de NIS2 Zelfevaluatie gelanceerd, waarmee je zelf kunt nagaan aan welke verplichtingen je moet voldoen.

Wat de wet daadwerkelijk vraagt

NIS2 draait om drie verplichtingen: een zorgplicht, een meldplicht en een registratieplicht.

Zorgplicht

De zorgplicht houdt in dat je een risicobeoordeling uitvoert en op basis daarvan passende technische, organisatorische en operationele maatregelen neemt. Dat klinkt abstract, maar het komt neer op een aantal concrete stappen: weten welke systemen en gegevens kwetsbaar zijn, weten wat de gevolgen zijn als die uitvallen of worden gestolen, en vervolgens maatregelen nemen die in verhouding staan tot dat risico.

Dit is geen eenmalige exercitie. De zorgplicht is doorlopend: risico’s veranderen, dus de beoordeling en de maatregelen moeten meebewegen.

Meldplicht

Bij een significant incident geldt een strikte meldtermijn. Een eerste melding moet binnen 24 uur bij de toezichthouder liggen, gevolgd door een uitgebreidere melding binnen 72 uur. Dat is fors sneller dan veel organisaties nu gewend zijn, en het vraagt om een proces dat al klaarstaat voordat er iets misgaat. Een incidentresponsplan dat pas tijdens de crisis wordt opgesteld, voldoet niet.

Registratieplicht

Organisaties die onder de wet vallen, moeten zich registreren bij de toezichthouder. Die registratie geeft de overheid zicht op welke partijen onder de wet vallen en hoe de digitale weerbaarheid er sectorbreed voor staat.

De bestuurlijke verantwoordelijkheid: dit is het deel dat vaak wordt gemist

Het meest onderschatte element van NIS2 is de positie van het bestuur. De wet legt de verantwoordelijkheid voor cyberrisico’s niet bij de IT-afdeling, maar bij het bestuur als geheel. Dat betekent in de praktijk drie dingen.

Ten eerste: bestuurders moeten de genomen maatregelen goedkeuren en toezicht houden op de uitvoering. Niet aftekenen omdat de IT-manager het vraagt, maar daadwerkelijk begrijpen wat er speelt en een afgewogen besluit nemen.

Ten tweede: er geldt een verplichte trainingsplicht voor bestuurders. Je moet als bestuur voldoende kennis hebben om de risico’s en de genomen maatregelen te kunnen beoordelen. Onwetendheid is geen verdediging.

Ten derde, en dit is de kern: bij onvoldoende naleving kan het bestuur persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. In ernstige gevallen kan dat leiden tot een bestuursverbod. Daarnaast kunnen de boetes voor de organisatie zelf oplopen tot 10 miljoen euro of 2 procent van de wereldwijde jaaromzet, afhankelijk van wat hoger uitvalt. Dit verschuift cybersecurity van een operationeel onderwerp naar een boardroom-onderwerp.

Hoe ver moet je gaan?

Een veelgestelde vraag is hoeveel een organisatie precies moet doen om te voldoen. Er is geen vaste checklist die voor elke organisatie hetzelfde is, want NIS2 werkt met het principe van passendheid: de maatregelen moeten in verhouding staan tot het risico, de omvang en de aard van de organisatie.

Wat in de praktijk wel als basis geldt:

Organisaties die al werken met ISO 27001 hebben een voorsprong. De normen overlappen voor een groot deel, en een goed ingericht informatiebeveiligingsmanagementsysteem dekt veel van wat NIS2 vraagt.

Waarom nu beginnen, ook al is de wet nog niet officieel in werking

Een redenering die je vaak hoort: de wet is er nog niet, dus we wachten tot die er is. Dat is om twee redenen riskant.

De eerste reden is praktisch. De meeste organisaties hebben vier tot zes maanden nodig om hun cybersecurity en leveranciersbeheer op het vereiste niveau te krijgen. Wie wacht tot de wet ingaat, begint te laat.

De tweede reden is inhoudelijk. Een aantal recente incidenten in Nederland, waaronder grootschalige datalekken bij organisaties die met de overheid samenwerken, laat zien dat het risico niet wacht op wetgeving. Minister Van Weel verwoordde het bij de stemming in de Tweede Kamer treffend: de dreiging van cyberaanvallen en verstoringen is geen abstract risico meer, maar dagelijkse realiteit. De wet is uitgesteld, het risico niet.

Drie vragen om mee te beginnen

  1. Vallen wij onder de Cyberbeveiligingswet, direct of als leverancier? Bepaal je sector, omvang en positie in de keten. Dit is het startpunt van elke verdere stap.
  2. Hebben we een actuele risicobeoordeling? Niet een document van drie jaar geleden, maar een beoordeling die de huidige situatie weerspiegelt en die regelmatig wordt bijgewerkt.
  3. Kan ons bestuur uitleggen welke risico’s we lopen en welke maatregelen we daarvoor hebben genomen? Als het antwoord nee is, ligt daar de eerste prioriteit. Niet bij een nieuwe tool, maar bij bestuurlijke kennis en betrokkenheid.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties NIS2 vertalen naar een praktisch en haalbaar plan. We voeren risicobeoordelingen uit, beoordelen of bestaande maatregelen voldoende zijn, en ondersteunen bij het inrichten van een proces voor leveranciersbeheer en incidentrespons dat aansluit op wat de wet vraagt.

Wil je weten of jouw organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt en waar je nu zou moeten beginnen? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Zero trust: wat het betekent buiten de marketingfolder

Als je de afgelopen jaren leveranciers van beveiligingssoftware hebt gesproken, is de kans groot dat zero trust voorbij is gekomen. Soms als productfeature, soms als architectuurvisie, soms als antwoord op een vraag die je niet had gesteld.

Dat heeft de term geen goed gedaan. Want het onderliggende idee is helder en praktisch nuttig. Het is alleen begraven geraakt onder een laag marketing.

Wat zero trust eigenlijk betekent

Het traditionele beveiligingsmodel gaat uit van een kasteel. Alles binnen het bedrijfsnetwerk is vertrouwd, alles erbuiten niet. Wie eenmaal binnen is, kan vrij bewegen. Dat model dateert uit een tijd dat medewerkers op kantoor werkten, data op lokale servers stond en applicaties niet in de cloud draaiden.

Die situatie bestaat lang niet overal meer. Medewerkers werken thuis, onderweg en op locatie bij klanten. Applicaties draaien in public clouds zoals AWS en Azure of in een datacenter. Leveranciers hebben toegang tot interne systemen. De grens van het kasteel is daarmee vervaagd.

Zero trust stelt daar een ander uitgangspunt tegenover: vertrouw niets en niemand standaard, ongeacht de locatie. Niet de medewerker die al tien jaar in dienst is, niet het apparaat dat al jaren op het netwerk zit, niet de applicatie die van binnen het netwerk verbinding maakt. Elke toegangspoging wordt geverifieerd, elke keer opnieuw.

Dat klinkt streng. In de praktijk merkt een medewerker er weinig van als het goed is ingericht.

Drie principes die het concreet maken

Waarom dit nu actueel is

Zero trust is geen nieuw concept. Het werd al in 2010 geïntroduceerd door analist John Kindervag bij Forrester Research. Wat veranderd is, is de context.

De reeks kwetsbaarheden die de afgelopen maanden publiek is gemaakt, laat een patroon zien: aanvallers die via een beperkt account volledige systeemrechten weten te verkrijgen. Copy Fail, Dirty Frag, MiniPlasma, CIFSwitch. Allemaal variaties op hetzelfde thema: een gebruiker met beperkte rechten die door een fout in het systeem uitgroeit tot beheerder met volledige controle.

Zero trust verkleint de schade van precies dit type aanval. Als toegang consequent wordt beperkt tot wat nodig is, en als systemen zijn gesegmenteerd zodat een gecompromitteerd account niet direct toegang geeft tot alles, dan is de impact van zo’n kwetsbaarheid aanzienlijk kleiner. De aanvaller komt wel binnen, maar kan een stuk minder.

Wat het in de praktijk vraagt

Zero trust implementeren is geen project met een einddatum. Het is een richting die je inslaat en stap voor stap uitwerkt. De meeste organisaties beginnen met de meest impactvolle onderdelen.

Identiteit en toegangsbeheer

Wie heeft toegang tot wat, en is dat nog actueel? Voormalige medewerkers, oud-leveranciers, accounts met te brede rechten: dit is waar de meeste organisaties de meeste winst boeken met de minste inspanning.

Wat zero trust niet is

Zero trust is geen product dat je koopt. Geen leverancier die zegt dat zijn platform zero trust is, verkoopt je daarmee een complete aanpak. Hij verkoopt je een onderdeel dat bij een zero trust strategie past, of niet.

Het is ook geen binaire keuze. Je bent nooit klaar met zero trust, net zoals je nooit klaar bent met risicomanagement. Het is een continu proces van verbeteren, controleren en aanpassen aan een veranderende omgeving.

Wat het wel is: een nuttig kader om beveiligingsbeslissingen aan te toetsen. Verleent deze maatregel minimale toegang? Verifiëren we identiteit en context? Zijn we voorbereid op inbreuk? Wie die drie vragen consequent stelt, maakt betere keuzes dan wie dat niet doet.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties een praktische invulling te geven aan zero trust principes, zonder onnodige complexiteit en zonder de belofte dat één oplossing alle problemen oplost. We brengen in kaart waar de grootste risico’s zitten, welke stappen het meest impact hebben en hoe dat aansluit op de bestaande omgeving en het beschikbare budget.

Wil je weten waar jouw organisatie staat en waar de meeste winst te behalen valt? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Wat een cyberaanval echt kost: verder dan de directe schade

Als organisaties nadenken over het risico van een cyberaanval, gaat de gedachte al snel naar de directe schade: verloren data, versleutelde systemen, herstelkosten. Begrijpelijk, want dat zijn de meest tastbare gevolgen. Maar wie de totale impact wil begrijpen, kijkt verder dan die eerste laag.

De werkelijke kosten van een cyberaanval bestaan uit meerdere onderdelen, en de indirecte schade is in de praktijk vaak groter dan de directe. Dat maakt het ook een bestuurlijk vraagstuk, niet alleen een IT-probleem.

De directe kosten: wat je meteen ziet

De meest zichtbare kosten zijn de kosten die direct voortvloeien uit het incident zelf. Die omvatten onder andere:

De indirecte kosten: wat je pas later ziet

De indirecte kosten zijn moeilijker te kwantificeren, maar in de praktijk minstens zo groot. Ze manifesteren zich niet altijd direct na het incident, maar in de weken en maanden daarna.

Wat zeggen de cijfers?

IBM publiceert jaarlijks een rapport over de kosten van datalekken. De gemiddelde kosten van een datalek lagen in 2024 wereldwijd op 4,88 miljoen dollar, een stijging van tien procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Voor Europa liggen de gemiddelden iets lager, maar de richting is dezelfde. Voor het mkb, dat minder reserves heeft om een incident op te vangen, is de relatieve impact vaak groter dan voor grote organisaties.

Die cijfers zijn gemiddelden. De werkelijke kosten per incident variëren sterk en zijn afhankelijk van de omvang van de aanval, de sector, de voorbereiding van de organisatie en de snelheid van respons. Organisaties die een goed ingericht incidentresponsplan hadden, leden gemiddeld aanzienlijk minder schade dan organisaties die dat niet hadden.

Preventie versus herstel: de rekensom

De vraag die bestuurders zichzelf zouden moeten stellen, is niet “hoeveel kost goede beveiliging?” maar “hoeveel kost een incident dat we hadden kunnen voorkomen?”

Preventieve maatregelen zoals patchbeheer, toegangscontrole, monitoring en incidentresponsplanning hebben een vaste, beheersbare kostprijs. De kosten van een incident zijn variabel, onvoorspelbaar en in de meeste gevallen een veelvoud van wat preventie had gekost.

Dat is geen argument voor ongelimiteerde beveiligingsinvesteringen. Het is een argument voor bewuste keuzes: welke risico’s zijn acceptabel, welke niet, en wat is de kostprijs van de maatregelen die die afweging rechtvaardigen?

Drie vragen voor bestuurders

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties inzicht te krijgen in hun werkelijke risicoprofiel en de kosten die daarmee samenhangen. We vertalen technische kwetsbaarheden naar zakelijke impact, ondersteunen bij het maken van gefundeerde beveiligingskeuzes en helpen bij het inrichten van maatregelen die aansluiten op wat de organisatie nodig heeft.

Wil je weten wat een incident jouw organisatie zou kosten en welke maatregelen dat risico het meest effectief verkleinen? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

CIFSwitch: een negentien jaar oude Linux-kwetsbaarheid die nu actie vraagt

Een kwetsbaarheid die sinds 2007 in de Linux-kernel aanwezig is, maakt het mogelijk om volledige systeemrechten te verkrijgen op een breed scala aan Linux-omgevingen. Er is een werkende aanvalscode gepubliceerd. Een kernelpatch is beschikbaar maar wordt nog uitgerold door de distributies.

Linux-gebruikers en -beheerders zijn de afgelopen weken geconfronteerd met een reeks kwetsbaarheden: Copy Fail, Dirty Frag, Fragnesia, DirtyDecrypt en PinTheft kwamen allemaal in korte tijd naar buiten. CIFSwitch is de nieuwste in die reeks, en onderscheidt zich door zijn leeftijd: de fout bestaat al negentien jaar.

De kwetsbaarheid werd ontdekt door een beveiligingsonderzoeker van SpaceX, die een uitgebreide technische toelichting en een werkende aanvalscode heeft gepubliceerd. Actief misbruik is op het moment van schrijven nog niet gemeld, maar de beschikbaarheid van die aanvalscode verlaagt de drempel voor misbruik aanzienlijk.

Wat is CIFS en waarom is dit relevant?

CIFS, voluit Common Internet File System, is een protocol waarmee Linux-systemen bestanden en mappen op andere computers in een netwerk kunnen benaderen. Vergelijkbaar met hoe een Windows-computer een gedeelde netwerkschijf koppelt. Dit protocol wordt veel gebruikt in bedrijfsomgevingen waar Linux-servers samenwerken met andere systemen, bijvoorbeeld bij gedeelde opslag of bestandsuitwisseling tussen servers.

Wanneer zo’n gedeelde schijf is beveiligd met Kerberos-authenticatie, een veelgebruikte methode in zakelijke netwerken, dan vraagt de Linux-kernel een hulpprogramma om die authenticatie af te handelen. Dat hulpprogramma draait met volledige beheerdersrechten. De fout in CIFSwitch zit in het feit dat de kernel niet controleert of verzoeken aan dat hulpprogramma daadwerkelijk van de kernel zelf afkomstig zijn. Een aanvaller kan die controle omzeilen, het hulpprogramma misleiden en via die weg volledige systeemrechten verkrijgen.

Aanwezig sinds
2007
Patch
Beschikbaar
Exploit publiek
Ja
Actief misbruik
Nog niet

Welke systemen zijn kwetsbaar?

De kwetsbaarheid is niet universeel: of een systeem daadwerkelijk kwetsbaar is, hangt af van een combinatie van factoren. Denk aan de versie van de Linux-kernel, de aanwezigheid van het cifs-utils pakket in versie 6.14 of hoger, en de configuratie van beveiligingsbeleid op het systeem.

Distributies die in de standaardconfiguratie kwetsbaar zijn, zijn onder andere bepaalde versies van Ubuntu, Debian, Pop!_OS, openSUSE, Oracle Linux en Amazon Linux, maar uitsluitend als cifs-utils geïnstalleerd is. Nieuwere versies zoals Ubuntu 26.04, Fedora 40 tot en met 44, CentOS Stream 10 en Rocky Linux 10 zijn dankzij strengere standaardinstellingen voor beveiligingsbeleid niet kwetsbaar via de standaardconfiguratie.

Kortom: niet elke Linux-omgeving loopt risico, maar de combinatie van een ouder systeem met gedeelde netwerkschijven via Kerberos is een duidelijk risicogebied.

Wat nu te doen

Een patroon dat aandacht verdient

CIFSwitch is de zesde kwetsbaarheid van dit type die in korte tijd publiek is gemaakt voor Linux. Copy Fail, Dirty Frag, Fragnesia, DirtyDecrypt en PinTheft gingen eraan vooraf. Dat is geen toeval: zodra een onderzoeker diep in een onderdeel van de kernel duikt, vindt hij er vaker meer. De aanpak verspreidt zich ook: andere onderzoekers gebruiken dezelfde methoden om vergelijkbare fouten te vinden in andere onderdelen.

Voor organisaties die Linux draaien, betekent dit dat de afgelopen maanden een bovengemiddeld aantal kwetsbaarheden in dit besturingssysteem publiek is geworden. Wie patchbeheer niet structureel heeft georganiseerd, heeft de afgelopen weken meerdere keren achter de feiten aangelopen.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties grip te houden op kwetsbaarheden zoals CIFSwitch. We brengen in kaart welke systemen risico lopen, beoordelen of tijdelijke maatregelen correct zijn doorgevoerd en ondersteunen bij het inrichten van een patchproces dat aansluit op de snelheid waarmee dit soort dreigingen zich de afgelopen tijd hebben ontwikkeld.

Wil je weten of jouw Linux-omgeving kwetsbaar is of hoe jullie patchproces er voor staat? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

YellowKey: een USB-stick waarmee BitLocker-versleuteling op Windows omzeild wordt

BitLocker is de ingebouwde versleutelingsfunctie van Windows waarmee organisaties hun laptops en servers beschermen tegen onbevoegde toegang. De gedachte is eenvoudig: als een laptop wordt gestolen of kwijtgeraakt, kan een dief zonder de juiste sleutel niets met de gegevens. Die aanname staat nu onder druk.

Een beveiligingsonderzoeker heeft een kwetsbaarheid gepubliceerd, YellowKey genaamd, waarmee BitLocker-versleuteling op Windows 11 en Windows Server 2022 en 2025 volledig kan worden omzeild. De aanvalscode is publiek beschikbaar op GitHub. Microsoft heeft de kwetsbaarheid inmiddels erkend onder CVE-2026-45585 en tijdelijke mitigatiestappen gepubliceerd. Een definitieve patch is nog in ontwikkeling.

Hoe werkt de aanval?

De aanval is verrassend eenvoudig uit te voeren. Wie fysieke toegang heeft tot een computer, kopieert een mapje met de naam FsTx naar een USB-stick. Vervolgens wordt de computer opgestart vanuit die USB-stick, waarna een fout in de Windows-herstelomgeving wordt misbruikt om toegang te krijgen tot de versleutelde schijf, zonder dat daarvoor een wachtwoord of herstelsleutel nodig is.

De kwetsbaarheid zit in de manier waarop de Windows Recovery Environment omgaat met een specifieke registerwaarde. Via die fout kan een kwaadaardig programma worden uitgevoerd voordat het besturingssysteem volledig is geladen, waarmee de pre-boot authenticatie van BitLocker volledig wordt omzeild.

Voor misbruik is fysieke toegang tot de computer vereist. De kwetsbaarheid treft Windows 11, Windows Server 2022 en Windows Server 2025. Windows 10 is niet kwetsbaar. Dat betekent dat de aanval relevant is in scenario’s waarbij een laptop of server in verkeerde handen valt, bijvoorbeeld bij diefstal, verlies of onbeheerde toegang tijdens onderhoud of reparatie.

CVE
CVE-2026-45585
Definitieve patch
Nog niet
Exploit publiek
Ja
Vereist
Fysieke toegang

Wat dit betekent voor organisaties

Veel organisaties vertrouwen op BitLocker als laatste verdedigingslinie voor laptops van medewerkers. De redenering is begrijpelijk: als een laptop wordt gestolen, zijn de gegevens onleesbaar. Die aanname klopt niet meer voor organisaties die Windows 11 draaien zonder aanvullende maatregelen.

De drempel voor misbruik is laag. De aanvalscode is publiek, de benodigde kennis minimaal en een USB-stick kost een paar euro. Dat maakt dit niet alleen een risico bij gerichte aanvallen, maar ook bij opportunistisch misbruik na diefstal of verlies van een apparaat.

De publieke beschikbaarheid van de YellowKey-aanvalscode verlaagt de drempel aanzienlijk, ook voor minder technisch onderlegde aanvallers.

Mitigatie: wat Microsoft adviseert

Microsoft heeft twee tijdelijke mitigatieopties gepubliceerd. Beide vereisen handmatig werk per apparaat door een systeembeheerder. Er is nog geen geautomatiseerde patch beschikbaar.

Bredere aanbevelingen voor organisaties

De kern van het probleem

YellowKey laat zien dat encryptie alleen niet voldoende is als beveiligingsmaatregel. BitLocker beschermt gegevens op een versleuteld apparaat, maar die bescherming is afhankelijk van hoe het is geconfigureerd. Een standaardinstallatie zonder pincode of BIOS-beveiliging biedt bij fysieke toegang minder bescherming dan veel organisaties aannemen. Daarbij zijn wij van mening dat encryptie waarbij elke keer het wachtwoord ingevuld moet worden uit het oogpunt van security altijd beter is.

Dat is de les die hier wordt onderstreept: versleuteling is een laag in een beveiligingsstrategie, geen sluitende oplossing op zichzelf. Wie dat begrijpt, begrijpt ook waarom de configuratie van die versleuteling minstens zo belangrijk is als het feit dat die aanstaat.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties beoordelen of hun encryptieconfiguratie aansluit op de huidige dreigingen. We brengen in kaart welke apparaten kwetsbaar zijn, ondersteunen bij het doorvoeren van mitigatiestappen en adviseren over een structurele aanpak van endpoint-beveiliging die verder gaat dan het standaard inschakelen van BitLocker.

Wil je weten of jouw organisatie kwetsbaar is voor YellowKey of hoe jullie BitLocker-configuratie er voor staat? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Nieuwe zero-day in Windows geeft aanvallers volledige systeemtoegang op volledig bijgewerkte systemen

Deze week werd MiniPlasma gepubliceerd: een zero-day kwetsbaarheid in Windows waarvoor geen patch beschikbaar is. Via deze kwetsbaarheid kan iemand met gewone gebruikerstoegang volledige systeemrechten verkrijgen op elk Windows-systeem, inclusief systemen die volledig zijn bijgewerkt met de laatste updates van mei 2026.

Een zero-day betekent dat de kwetsbaarheid publiek bekend is voordat de softwareleverancier een oplossing heeft uitgebracht. Aanvallers kunnen er direct gebruik van maken. Microsoft heeft nog geen patch aangekondigd en heeft de kwetsbaarheid nog niet voorzien van een officieel nummer.

Wat er precies speelt

De kwetsbaarheid zit in een onderdeel van Windows dat verantwoordelijk is voor de synchronisatie van bestanden met cloudopslag, zoals OneDrive. Via een fout in dat onderdeel kan een aanvaller een proces opstarten met de hoogst mogelijke systeemrechten, de zogenaamde SYSTEM-rechten. Wie op dat niveau toegang heeft, heeft volledige controle over het systeem: bestanden inzien, aanpassen of verwijderen, andere gebruikers beheren, beveiligingssoftware uitschakelen.

Voor dit soort aanvallen is lokale toegang tot een systeem vereist, dat wil zeggen: de aanvaller moet al een account op het systeem hebben, of al op een andere manier toegang hebben verkregen. Dat klinkt als een beperking, maar in de praktijk is het dat niet. Phishing, een gestolen wachtwoord of een andere kwetsbaarheid die eerder is misbruikt, zijn gebruikelijke manieren om die eerste voet tussen de deur te krijgen. MiniPlasma is dan de volgende stap: van beperkte toegang naar volledige controle.

Type kwetsbaarheid
Zero-day
Patch beschikbaar?
Nee
Exploit beschikbaar?
Ja, als proof-of-concept
Getroffen systemen
Alle Windows-versies.

Getest op volledig bijgewerkte systemen

Meerdere onafhankelijke onderzoekers hebben bevestigd dat de aanvalscode werkt op Windows 11 met de meest recente updates van mei 2026. Een standaard gebruikersaccount zonder beheerdersrechten is voldoende om een omgeving te openen met volledige SYSTEM-rechten. De aanval werkt niet op de meest recente testversie van Windows 11, de zogenaamde Insider Preview Canary-build, wat erop wijst dat Microsoft bezig is met een oplossing, maar die is voor reguliere Windows-gebruikers nog niet beschikbaar.

Dat is precies wat een zero-day gevaarlijk maakt: de aanvalsmethode is beschikbaar, de oplossing nog niet.

Onderdeel van een bredere reeks

MiniPlasma staat niet op zichzelf. De afgelopen weken zijn er meerdere vergelijkbare kwetsbaarheden in Windows publiek gemaakt, waaronder BlueHammer, RedSun, YellowKey en GreenPlasma. Van de eerste twee is inmiddels bevestigd dat ze actief worden misbruikt in aanvallen. Samen vormen ze een ongewoon grote hoeveelheid publiek beschikbare aanvalsmethoden voor een besturingssysteem dat wereldwijd op honderden miljoenen systemen draait.

Voor organisaties betekent dit dat het aanvalsoppervlak op Windows-omgevingen de afgelopen weken aanzienlijk is vergroot, ook op systemen die volledig zijn bijgewerkt.

Wat nu te doen

Omdat er nog geen patch beschikbaar is, zijn de opties beperkt. Toch zijn er maatregelen die het risico verkleinen.

Wat dit betekent voor jouw organisatie

Een zero-day zonder beschikbare patch vraagt om een andere aanpak dan een reguliere kwetsbaarheid. Updaten lost het probleem nu niet op. Wat wel helpt: het aanvalsoppervlak verkleinen, toegang beperken en zorgen dat verdacht gedrag op systemen wordt opgemerkt.

De combinatie van meerdere publiek beschikbare aanvalsmethoden voor Windows, waarvan sommige al actief worden misbruikt, laat zien dat de druk op Windows-omgevingen momenteel hoger is dan gebruikelijk. Organisaties die hun beveiliging primair baseren op het bijhouden van updates, merken nu dat dat niet altijd voldoende is.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties grip te houden op kwetsbaarheden zoals MiniPlasma, ook als er nog geen patch beschikbaar is. We beoordelen of tijdelijke maatregelen correct zijn doorgevoerd, ondersteunen bij het inrichten van detectie op verdacht gedrag en zorgen dat patchprocessen aansluiten op de snelheid waarmee dit soort dreigingen zich ontwikkelen.

Wil je weten of jouw Windows-omgeving kwetsbaar is of hoe jullie beveiligingsproces er voor staat? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Dirty Frag: een nieuwe Linux-kwetsbaarheid terwijl de vorige nog niet is gedicht

Weken na Copy Fail is er opnieuw een ernstige kwetsbaarheid in Linux gepubliceerd. Dirty Frag werkt op een andere manier dan de vorige, waardoor eerdere tijdelijke maatregelen geen bescherming bieden. Er is nog geen definitieve patch beschikbaar.

Begin mei schreven we over Copy Fail, een kwetsbaarheid in Linux die bijna negen jaar onopgemerkt bleef en inmiddels actief wordt misbruikt. Vorige week werd Dirty Frag gepubliceerd: een nieuwe kwetsbaarheid in hetzelfde besturingssysteem, door dezelfde onderzoeker ontdekt, met een vergelijkbare impact maar via een andere aanvalsmethode.

Het onderscheid is relevant, want organisaties die de tijdelijke maatregel voor Copy Fail hebben doorgevoerd, zijn met die maatregel niet beschermd tegen Dirty Frag.

Wat er aan de hand is

Dirty Frag maakt het mogelijk dat iemand met beperkte toegang tot een Linux-systeem zichzelf volledige beheerdersrechten geeft. Net als bij Copy Fail gaat het om een aanval die alleen in het geheugen plaatsvindt, nauwelijks sporen achterlaat en consistent werkt, zonder dat er sprake is van geluk of timing.

De kwetsbaarheid combineert twee fouten in de Linux-kernel die samen een aanval mogelijk maken. De oudste van die twee bestaat al sinds 2017, de tweede sinds 2023. Vrijwel alle grote Linux-varianten zijn kwetsbaar: Ubuntu, Red Hat, CentOS, AlmaLinux, openSUSE en Fedora zijn bevestigd getroffen.

Wat de situatie extra urgent maakt: de aanvalscode is publiek beschikbaar voordat er een definitieve patch is. De embargo op volledige publicatie werd op 7 mei doorbroken door een derde partij, waarna de onderzoeker in overleg met de beheerders besloot de technische details alsnog te publiceren. Op het moment van schrijven zijn er voor de meeste distributies nog geen definitieve kernelpatches uitgebracht.

Aanwezig sinds
2017
Gepatched?
Nog niet (overal)
Exploit publiek?
Ja
Actief misbruik?
Ja

Belangrijk: de maatregel voor Copy Fail helpt hier niet

In onze vorige blogpost adviseerden we een specifieke tijdelijke maatregel voor Copy Fail: het uitschakelen van de algif_aead kernelmodule. Die maatregel is nog steeds relevant voor Copy Fail, maar biedt geen bescherming tegen Dirty Frag. De twee kwetsbaarheden werken via andere onderdelen van de kernel.

Organisaties die die stap al hebben gezet, zijn dus nog steeds kwetsbaar voor deze nieuwe aanval. Dat vraagt om aanvullende actie.

Wat nu te doen

Zolang er geen definitieve patch beschikbaar is, zijn er tijdelijke maatregelen die de aanvalsoppervlakte verkleinen. Vraag je systeembeheerder of IT-leverancier de volgende stappen door te voeren:

Wat dit zegt over de bredere situatie

Copy Fail en Dirty Frag zijn geen toevallige samenloop. Ze zijn onderdeel van een bredere klasse van kwetsbaarheden in Linux die de afgelopen jaren zijn ontdekt, waaronder Dirty Cow in 2016 en Dirty Pipe in 2022. Dezelfde onderzoeker die Copy Fail vond, ontdekte Dirty Frag juist doordat hij de eerste kwetsbaarheid zo grondig onderzocht.

Dat patroon is veelzeggend: wie een kwetsbaarheid vindt, vindt er vaak meer. En de beschikbaarheid van AI-tools versnelt dat proces. De tijd tussen het vinden van een fout en het publiceren van werkende aanvalscode wordt korter. Voor organisaties betekent dat een structurele druk op patchprocessen die niet zijn ingericht op snelheid.

De vraag is niet meer of er nieuwe kwetsbaarheden komen. De vraag is of jouw organisatie snel genoeg kan reageren als ze er zijn.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties grip te houden op kwetsbaarheden zoals Copy Fail en Dirty Frag. We beoordelen of tijdelijke maatregelen correct zijn doorgevoerd, ondersteunen bij het inrichten van een patchproces dat aansluit op de huidige snelheid van dreigingen, en helpen bij het bepalen of systemen mogelijk al zijn aangetast.

Wil je weten of jouw omgeving kwetsbaar is of hoe jullie patchproces er voor staat? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Copy Fail: een Linux-kwetsbaarheid die al negen jaar onopgemerkt was en nu directe actie vraagt

Een ernstige kwetsbaarheid in Linux is publiek gemaakt. De fout zit al sinds 2017 in vrijwel alle versies, er is een werkende aanvalsmethode beschikbaar, en de aanval laat nauwelijks sporen achter. Organisaties die Linux gebruiken, moeten dit nu oppakken.

Vorige week werd een kwetsbaarheid in Linux publiek gemaakt onder de naam Copy Fail (CVE-2026-31431). De fout zat al negen jaar verborgen in het besturingssysteem en treft vrijwel alle gangbare versies die sinds 2017 zijn uitgebracht. Inmiddels is er een werkende aanvalsmethode beschikbaar die publiek toegankelijk is.

Dit is geen theoretisch risico. Het is een concrete kwetsbaarheid waarvoor actie vereist is.

Wat er aan de hand is

Linux is het besturingssysteem waarop een groot deel van de digitale infrastructuur draait: servers, cloudplatforms, webapplicaties en bedrijfssystemen. Ook veel Nederlandse organisaties maken er gebruik van, soms direct, soms indirect via hun cloud- of hostingprovider.

De kwetsbaarheid zit in een onderdeel van Linux dat verantwoordelijk is voor encryptie. Via die fout kan iemand met gewone, beperkte toegang tot een systeem zichzelf volledige beheerdersrechten geven. Dat betekent: volledige controle over het systeem, inclusief alle data die erop staat of doorheen gaat.

Aanwezig sinds
2017
Succespercentage
100%
Exploit publiek
Ja
Patch beschikbaar
Ja

Wat deze kwetsbaarheid onderscheidt

Kwetsbaarheden in software worden regelmatig ontdekt en verholpen. Copy Fail wijkt op een aantal punten af van wat normaal gangbaar is.

Voor welke organisaties is dit relevant?

Dit speelt voor elke organisatie die gebruikmaakt van Linux-servers, cloudplatforms zoals AWS, Azure of Google Cloud, gecontaineriseerde applicaties, of externe leveranciers en hostingpartijen die op Linux-infrastructuur draaien. In de praktijk betekent dat: de meeste organisaties met een IT-omgeving van enige omvang.

Wat moet er nu gebeuren?

Er zijn twee sporen: een tijdelijke maatregel voor nu, en een structurele oplossing voor de iets langere termijn.

De bredere context

Copy Fail werd ontdekt door beveiligingsonderzoekers die AI inzetten om kwetsbaarheden te vinden. Wat normaal weken of maanden zou kosten, duurde in dit geval ongeveer een uur. Dat is een ontwikkeling die doorzet: zowel aanvallers als verdedigers zetten steeds vaker AI in, en de snelheid waarmee nieuwe kwetsbaarheden worden gevonden en misbruikt neemt toe.

Voor organisaties betekent dat: de tijd tussen ontdekking van een kwetsbaarheid en actief misbruik wordt korter. Patchbeheer dat niet structureel is georganiseerd, levert daarmee een steeds groter risico op.

Wat RiskGuard hierin doet

RiskGuard helpt organisaties inzicht te krijgen in kwetsbaarheden in hun infrastructuur en zorgt dat patchprocessen aansluiten op de snelheid waarmee dreigingen zich ontwikkelen. We ondersteunen bij het in kaart brengen van risico’s, het beoordelen van maatregelen en het inrichten van structureel vulnerability management.

Wil je weten of jouw Linux-omgeving kwetsbaar is, of hoe jullie patchproces er meer in het algemeen voor staat? Neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.

Cyberbeveiligingswet en WWKE aangenomen door Tweede Kamer: wat betekent dit voor jouw organisatie?

Het is zover. Gisteren, 15 april 2026, heeft de Tweede Kamer ingestemd met twee wetsvoorstellen die al lange tijd in de pijplijn zaten: de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Twee wetten die straks grote gevolgen hebben voor duizenden organisaties in Nederland.

Dit is geen klein nieuwtje. Dit is het startschot voor een nieuwe fase in hoe Nederland omgaat met digitale en fysieke veiligheid. En als je als organisatie dacht ‘dat lossen we wel op als het zover is’: nu is het (bijna) zover.

Wat is er precies aangenomen?

De Tweede Kamer stemde in met twee afzonderlijke wetten:

1. Cyberbeveiligingswet (Cbw)

Dit is de Nederlandse implementatie van de Europese NIS2-richtlijn. De Cbw vervangt de huidige Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen (Wbni) en stelt strengere eisen aan de digitale weerbaarheid van bedrijven en organisaties. Denk aan een zorgplicht, een meldplicht bij incidenten en een registratieplicht.

2. Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke)

Dit is de implementatie van de Europese CER-richtlijn en richt zich op de fysieke weerbaarheid van organisaties die essentiële diensten leveren, denk aan energie, water, transport en gezondheidszorg. Anders dan bij de Cbw bepaal je hier niet zelf of je eronder valt: de verantwoordelijke minister wijst jouw organisatie aan.

Minister Van Weel stelde het treffend: ‘De dreiging van cyberaanvallen en verstoringen is geen abstract risico meer maar dagelijkse realiteit.’

Wat verandert er concreet voor organisaties?

Veel, en dat geldt voor meer organisaties dan je misschien denkt. Onder de Cyberbeveiligingswet krijgen organisaties te maken met drie kernverplichtingen:

Weet je niet zeker of jouw organisatie onder de wet valt? De Rijksoverheid adviseert dit zelf te checken en adviseert daarnaast nadrukkelijk: wacht niet af. De risico’s voor je netwerk- en informatiesystemen bestaan nu al.

Wat is de status en wanneer gaat de wet in?

De Tweede Kamer heeft gestemd, maar we zijn er nog niet. De wetsvoorstellen gaan nu naar de Eerste Kamer. De regering streeft ernaar om beide wetten én de bijbehorende lagere regelgeving gelijktijdig in te laten gaan in het tweede kwartaal van 2026, dat is dus potentieel nog dit kwartaal.

De planning is afhankelijk van de voortgang in de Eerste Kamer. Maar de richting is helder: het komt eraan, en snel.

Waarom moet je nu al in actie komen?

We horen het regelmatig: ‘We wachten tot de wet echt van kracht is.’ Begrijpelijk, maar onverstandig. Hier zijn drie concrete redenen waarom je nu moet starten:

De risico’s bestaan nu al — de wet maakt ze alleen zichtbaarder en handhaafbaar.

Hoe helpt RiskGuard jou?

Bij RiskGuard helpen we organisaties om grip te krijgen op hun digitale risico’s, zonder oeverloze rapporten, maar met concrete stappen die passen bij jouw organisatie. Voor de Cyberbeveiligingswet en Wwke betekent dat concreet:

Eén vast aanspreekpunt, geen poespas. Dat is RiskGuard.

Wil je weten of jouw organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt en wat je nu al kunt doen?

De Rijksoverheid heeft de NIS2 Zelfevaluatie NL gelanceerd waarbij iedere organisatie voor zichzelf kan controleren aan welke verplichtingen ze moeten voldoen en adviseert hier zo snel mogelijk mee aan de slag te gaan.

Wij helpen daar uiteraard graag bij, ook met de praktische uitvoerbaarheid van zo’n traject. Neem daarvoor contact met ons op.