← Terug naar het overzicht

Cybersecuritybeeld 2026: de dreiging groeit sneller dan de weerbaarheid

Vandaag publiceerde de NCTV het Cybersecuritybeeld Nederland 2026. De boodschap is helder: aanvallers worden sneller en beter, en de digitale weerbaarheid van Nederlandse organisaties groeit niet mee. De NCTV spreekt van scheefgroei. Dat klinkt groot, maar wat het vraagt, is vooral de basis goed regelen en dat aantoonbaar volhouden.

Wat het Cybersecuritybeeld laat zien

Het rapport beslaat de periode van augustus 2025 tot augustus 2026. Vier punten springen eruit.

  • Aanvallers worden capabeler. Statelijke actoren zoals China, Rusland, Iran en Noord-Korea bouwen hun cybercapaciteiten uit. Cybercriminaliteit is uitgegroeid tot een georganiseerd ecosysteem met professionele samenwerkingsverbanden.
  • AI versnelt elke fase van een aanval. Aanvallers gebruiken AI om aanvallen voor te bereiden, op grotere schaal uit te voeren en kwetsbaarheden sneller te vinden. Ook mensen met weinig technische kennis kunnen daardoor een aanval opzetten.
  • De tijd om te patchen is bijna op. Tussen het bekend worden van een kwetsbaarheid en het misbruik ervan zitten nu vaak nog maar enkele uren. Eerder waren dat dagen.
  • Datadiefstal en afpersing nemen toe. Steeds meer criminelen richten zich op het stelen van gegevens en het afpersen van organisaties met die gegevens.

Daartegenover staat dat veel organisaties de basismaatregelen nog niet op orde hebben. Bestuurlijk eigenaarschap, prioriteit en oefenen blijven volgens de NCTV achter. “Bestuurders zijn aan zet”, zegt Nationaal Coördinator Marc Kuipers. Kleinere organisaties noemt het rapport extra kwetsbaar, omdat ze vaak minder kennis en middelen hebben.

Wat betekent dit voor je organisatie?

Het goede nieuws: de maatregelen die het verschil maken, zijn bekend. NCTV en NCSC noemen ze zelf. De kunst is ze echt in te richten, te testen en vol te houden.

  1. Maak eigenaarschap expliciet. Leg vast wie in de directie verantwoordelijk is voor digitale weerbaarheid, en zet het minstens elk kwartaal op de agenda. Voor organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, is dat inmiddels een wettelijke plicht. Voor de rest is het verstandig.
  2. Patch in uren, niet in weken. Als een kwetsbaarheid binnen uren wordt misbruikt, is een maandelijkse updateronde te traag. Spreek met je IT-partner af hoe snel kritieke updates worden doorgevoerd, en controleer of dat ook gebeurt.
  3. Test je back-ups. Een back-up die nooit is teruggezet, is een aanname. Bewaar back-ups gescheiden van je netwerk en test minstens één keer per jaar of je er echt mee verder kunt.
  4. Kijk mee, ook buiten kantoortijd. Aanvallers werken niet van negen tot vijf. Logging, monitoring en detectie zorgen dat je een aanval ziet voordat er gegevens weg zijn.
  5. Oefen het scenario. Wie belt wie bij een ransomware-aanval? Wat doe je als je mail of je boekhouding plat ligt? Een oefening van een uur met de directie laat zien waar het plan schuurt.
  6. Maak afspraken over AI. Medewerkers gebruiken AI-tools, aanvallers ook. Bepaal welke tools zijn toegestaan en welke gegevens er niet in mogen. Het NCSC heeft hiervoor een handreiking over kansen en risico’s van AI.

Geen van deze stappen vraagt om grote investeringen. Ze vragen om aandacht, keuzes en iemand die blijft controleren of het werkt.

Van weten naar aantonen

Het Cybersecuritybeeld eindigt met een stevige conclusie: de vraag is niet of, maar wanneer Nederland een ontwrichtend cyberincident meemaakt. Voor een individuele organisatie is de vraag kleiner en concreter. Werkt wat je hebt ingericht ook echt, en kun je dat laten zien?

Daar helpt RiskGuard bij. Als onafhankelijke partij brengen we in kaart hoe het staat met de basismaatregelen, wat prioriteit heeft en wat je IT-partner al goed doet. Zonder verkoopagenda, met een helder overzicht als resultaat. Benieuwd waar je organisatie staat? Neem contact op via riskguard.nl.

Bronnen

Benieuwd hoe jouw organisatie scoort?
Doe de gratis zelfscan en ontdek waar de risico's zitten.

Doe de zelfscan